Op 1 maart 1986 verbond Herman Koops zich destijds officieel als organist aan de Protestantse kerk in Ootmarsum. Daarmee trad hij in de voetsporen van zijn vader Henk. De 25-jarige Herman kreeg van zijn pa wel wijze woorden mee: “Ai’t doot, dan möj’t wa serieus doon.” Nog steeds klinkt die uitspraak van pa Henk door in de herinneringen van zoon Herman. “Die woorden kwamen uit zijn hart. Ik heb ze onthouden en regelmatig spelen ze in mijn gedachten. Iedere viering, die ik begeleid, wil ik dan ook serieus benaderen. Het mooie is dat ik mijn eigen inbreng mag hebben en daarnaast wil je de mensen in de kerk tijdens de samenzang zo goed mogelijk begeleiden.” De nu 65-jarige Herman Koops doet dat op zijn eigen wijze. Op 1 maart 2026 viert hij zijn 40-jarig jubileum als organist. Daar blijft het niet bij, want als zijn gezondheid het toelaat, wil hij niets liever dan een uniek jubileum vieren: 50 jaar organist van ‘zijn’ kerk.
Naast pa achter het orgel
Als jongen zat Herman al naast zijn pa Henk achter het orgel en regelmatig nam hij de plek achter het klavier in. Hij had dan ook zeker talent als musicus en dat resulteerde uiteindelijk in een rijke carrière. Niet alleen als organist, maar ook als dirigent en pianist. Met zijn muzikale talent, eigenzinnigheid, doorzettingsvermogen en verbale mogelijkheden verdiende hij zijn sporen in het Twentse muzieklandschap.
Herman groeide met zijn tweelingzus Hanneke onder de hoede van zijn ouders Siny en Henk op aan de Ganzenmarkt op nog geen steenworp afstand van de Protestantse kerk. In zijn ouderlijk huis stond een harmonium en in Ons Gebouw een piano. Op beide instrumenten leerde hij spelen en het bleek al gauw dat hij op muzikaal gebied veel in zijn mars had. Hij kreeg les van onder meer mevrouw Rempt en mevrouw Reyns. Zijn mogelijkheden werden onderkend door mevrouw Visser uit Breklenkamp. Herman kreeg de kans om haar kinderkoor te begeleiden met onder meer Marga Groeneveld, de latere Marga Bult, nog als jong talentvol zangeresje. Letterlijk en figuurlijk werd de toon gezet. De jonge Koops kreeg steeds meer kansen om allerlei (kinder)koren te begeleiden. Op de muziekschool in Oldenzaal kreeg hij les van Alfons Gaalman en later in onder meer Vriezenveen van Egbert Schoenmaker.
Toch was het nog geen uitgemaakte zaak om verder te gaan in de muziek. Herman was een sportman en speelde bij KOSC, maar ook bij Set-Up ’65. Als 18-jarige lag daar zijn hart. De muziek bleef echter trekken en hij kreeg de kans om in Lage op het kerkorgel te spelen. Dat heeft hij een jaar gedaan en vervolgens speelde hij bijna twee jaar op het orgel in de pittoreske Stiftskerk. “Ik hinkte op twee gedachten. Of toch nog wat anders… Samen met het thuisfront besloot ik om mijn dienstplicht te vervullen. Ik was gelegerd in Steenwijk en daar mocht ik op vrijdagmiddag het orgel bespelen. Dat is, denk ik, de ommekeer geweest om me volledig op de muziek te richten. Ik speelde in die tijd al vaak op het orgel in de Protestantse kerk waar dominee Tijsma voorging. Ook begeleidde ik in de Kloosterkapel. Na een vooropleiding mocht ik naar het Conservatorium. Met docenten als Willem Mesdag, Gijs van Schoonhoven en Chris Fictoor heb ik een geweldige opleiding gehad. Dat geldt ook voor Jos Leussink bij wie ik in Zwolle lessen volgde. Zij en andere leraren hebben me allemaal gevormd waar ik ze tot op de dag van vandaag nog dankbaar voor ben. In 1987 mocht ik op orgel afstuderen en Alfons Gaalman was één van de mensen, die me moest beoordelen. Ondertussen was ik ook begonnen met koor – en orkestdirectie. In 1989 rondde ik de opleiding koordirectie af met het examen in de Plechelmusbasiliek in Oldenzaal. Op dat moment leidde ik al vijf koren en alle vijf heb ik ze tijdens dat eindexamen mogen dirigeren. Orkestdirectie heb ik met een staatsexamen ook kunnen afronden. Tussendoor ondertekende ik dus mijn eerste overeenkomst met de Protestantse kerk. Het was in de periode van dominee André Wijting. Jan Geerdink senior was er bij toen ik mijn handtekening zette. Ik was vereerd en voelde me trots dat ik mijn vader mocht opvolgen,” weet Herman Koops zich zijn belangrijkste stappen in de muziek nog naadloos te herinneren.
Het gesprek valt even stil…”Mijn vader is in 1987 overleden. Een dag voor de begrafenis sloot ik mijn theorie af. Wat hebben we samen veel gemusiceerd. Ik speelde op het orgel en mijn vader zong. Hij had een prachtige stem. Ook mijn ooms Gerrit Harmsen, Jan Koops en Gerrit Timmerman kwamen vaak op zaterdagmiddag naar de kerk. Samen met mijn pa Henk vormden ze een prachtig kwartet mannenstemmen, die ik dan mocht begeleiden. Ze leven niet meer, maar in mijn gedachten hoor ik ze nog zingen vanaf de balustrade bij het orgel…Een onuitwisbare herinnering,” laat een emotionele Herman weten.
Een muzikale levensreis
Je mag rustig stellen dat het voor Herman Koops een muzikale levensreis is geworden. Die reis voerde hem op de golven van muziek langs orgels, koren, leerlingen, piano’s, kerken, theaters, kathedralen, scholen en nog veel meer… “Mijn leven draait inderdaad om muziek. Het heeft me heel veel gebracht wat ik in mijn stoutste dromen niet had kunnen verwachten. Ik heb op alle kerkorgels mogen spelen in Twente, maar ook op andere, soms historische plekken. Veel koren mocht ik begeleiden en nog steeds dirigeer ik. Maar bovenal was ik de organist van de Protestantse kerk in Ootmarsum. Ik voel me dan ook heel erg verbonden met deze gemeente waar ik als kind al deel van uitmaakte. Ik ben hier gedoopt, heb er belijdenis gedaan en ben nu al 40 jaar de vaste organist. In die vier decennia heb ik in deze kerk nagenoeg 2500 vieringen begeleid. Niet alleen de zondagse, maar ook trouwerijen en begrafenissen. In al die jaren heb ik vanwege vakantie één uitvaart gemist. Maar laten we ook niet vergeten dat Henk Linker, mijn collega, inmiddels al meer dan 25 jaar de tweede organist is, “geeft Herman zijn en hun betrokkenheid weer. “Iedere viering stel ik me als professional op en begeleid ik de gemeentezang en na de preek krijg ik veelal de ruimte om solo een mooi muziekstuk te spelen. Veel en zeker romantische componisten hebben mijn hart gestolen en dat geldt niet alleen voor orgel – en pianomuziek, maar zeker ook voor muziek dat geschreven is voor koren.
Ik ben dankbaar dat ik in deze kerk de ruimte heb gekregen om mijn eigen inbreng te hebben met de wijze woorden van mijn vader in gedachten. Iedere viering moet een goede dienst zijn: voor de kerkgangers, de voorganger, maar ook voor mezelf om de mensen op een juiste wijze te begeleiden, zodat zij voluit kunnen meezingen. Dat voelt voor mij ook goed als ik de gemeente met hart en ziel hoor zingen,” vertelt Herman Koops.
Trots op de Ootmarsumse orgels
Natuurlijk komt het gesprek op het Berner orgel dat het afgelopen jaar grondig is gerenoveerd. “Wat ben ik enorm enthousiast hoe dit orgel gerestaureerd is. Dat is met zoveel zorg, kennis en liefde gebeurd. Daarnaast is er nog het trompetregister toegevoegd, waardoor het orgel nog een extra mogelijkheid heeft. De ziel van het Berner orgel ligt in feite in de Simon en Judaskerk, want een dergelijk instrument wordt gebouwd voor de kerk waar het een plek krijgt. Rond 1810 verhuisde dit orgel naar de pas gebouwde Protestantse kerk. Maar ook hier heeft het een hart gekregen. Het heeft zoveel schoonheid aan registers en daardoor aan klanken dat ik verguld ben om dit instrument te mogen bespelen. Zeker na de restauratie voelt het helemaal top. We weten dat er pijpen in zitten, die rond het jaar 1530 zijn gemaakt. Ze zijn dus al bijna 500 jaar oud en na de renovatie klinken ze als nooit tevoren. Met de authentieke registers als cornet, dulciaan en nu de trompet is het als organist een voorrecht om dit orgel in mijn kerk te bespelen. Hoe mooi is het dat Ootmarsum op nog geen 100 meter van elkaar twee prachtige orgels in bezit heeft. Dat moeten we tot in lengte van jaren blijven koesteren,” beschrijft Herman zijn oprechte liefde voor beide orgels.
Op 1 maart is het officieel dat hij 40 jaar de vaste organist is van de Protestantse kerk. In de viering op deze zondag zal hij de gemeente op vertrouwde wijze begeleiden en na afloop is er aandacht voor het jubileum en waar Herman Koops in het zonnetje wordt gezet.












