De discussie over de afvalwaterinjecties van de NAM in Twente laait opnieuw op. Aanleiding is een vergunningsaanvraag voor twee locaties in Rossum. Hoewel de putten sinds 2022 niet meer worden gebruikt, wil de NAM de bestaande vergunning actualiseren, zodat de locaties in noodsituaties als reserveputten kunnen worden ingezet. Dat leidt tot zorgen bij het CDA in zowel Dinkelland als Den Haag.
Duidelijk tegen afvalwaterinjecties
CDA-raadslid en Rossummer Marc Smellink heeft hierover schriftelijke vragen aan het college van Dinkelland gesteld. Volgens hem staat de aanvraag haaks op eerdere politieke afspraken om de afvalwaterinjectie in Twente definitief te beëindigen. ‘’De gemeenteraad heeft zich in de afgelopen jaren meermaals en duidelijk uitgesproken tegen afvalwaterinjectie in Twente’’, zegt Smellink. ‘’Als de bedoeling is dat deze putten uiteindelijk verdwijnen, dan roept het vragen op waarom er nu opnieuw een vergunning wordt aangevraagd om ze als reservevoorziening beschikbaar te houden.’’
Twente of Drenthe?
Het afvalwater is afkomstig van de oliewinning in Schoonebeek. Sinds januari 2022 liggen de oliewinning en daarmee ook de injectie van afvalwater in Twente stil. De NAM werkt aan een alternatief waarbij het productiewater in Drenthe wordt verwerkt. Voor die verplaatsing zijn inmiddels vergunningen verleend, al zijn deze nog niet onherroepelijk.
Tegelijkertijd heeft de NAM voor de locaties in Rossum een plan ingediend om ze te verwijderen. De staatssecretaris heeft ingestemd met het verwijderen van de putten, maar koppelt dat aan het definitief in werking treden van de vergunningen in Drenthe. Daarom wil CDA Dinkelland van het college weten welke rol de gemeente heeft in de nieuwe vergunningprocedure en of het bereid is zich opnieuw uit te spreken tegen voortzetting van de reservefunctie.
Vragen over veiligheid en betrokkenheid inwoners
In zijn schriftelijke vragen vraagt Smellink onder meer naar de voorwaarden waaronder de reserveputten mogen worden ingezet, welke veiligheids- en monitoringseisen gelden en welke gevolgen een eventuele hernieuwde inzet kan hebben voor bodem, grondwater en leefomgeving. Ook wil hij weten hoe inwoners, belangenorganisatie Stop Afvalwater Twente (SAT) en de gemeenteraad worden betrokken bij de besluitvorming. ‘’Bewoners hebben jarenlang met deze discussie geleefd’’, ziet Smellink. ‘’Dan is het belangrijk dat er geen onduidelijkheid bestaat over de toekomst van deze locaties. Inwoners verdienen duidelijkheid.’’
Ook zorgen in Den Haag
De kwestie krijgt inmiddels ook landelijke aandacht. Tweede Kamerlid Hanneke Steen uit Hengelo en Henk Jumelet, eveneens Tweede Kamerlid voor het CDA en woordvoerder Energie en Klimaat, hebben aangekondigd Kamervragen te stellen aan de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei over de nieuwe vergunningsaanvraag. Volgens Steen staat de aanvraag op gespannen voet met eerdere uitspraken vanuit politiek Den Haag. ‘’De Tweede Kamer heeft zich meerdere keren uitgesproken voor alternatieven voor de afvalwaterinjecties en voor een definitieve beëindiging in Twente. Dan moet duidelijk worden uitgelegd waarom reserveputten in Rossum nog nodig zouden zijn.’’
Kamerleden Steen en Jumelet willen onder meer weten hoe de vergunningsaanvraag zich verhoudt tot eerdere toezeggingen van het Rijk, welke noodsituaties inzet van de reserveputten rechtvaardigen en of definitieve verwijdering van de locaties nog steeds het uitgangspunt is.
Wachten op antwoorden
Vooralsnog ligt er geen besluit over de vergunningaanvraag. Zowel de gemeenteraad van Dinkelland als de Tweede Kamer wachten de reactie van het college en de staatssecretaris af. Voor inwoners van Rossum is een dossier, waarvan velen dachten dat het uiteindelijk zou verdwijnen, opnieuw actueel is geworden. ‘’Wat ons betreft blijft de koers helder’’, besluit Smellink. ‘’Twente moet geen achterdeur houden voor afvalwaterinjectie’’.
Het CDA heeft de volgende vragen gesteld
1. Bent u bekend met het bericht ‘Dinkelland krijgt bericht van de NAM: nieuwe vergunningen aangevraagd voor injectieputten in Rossum’? (1)
2. Klopt het dat de NAM een nieuwe vergunningaanvraag heeft ingediend? Zo ja, wat is de precieze reikwijdte van deze aanvraag en binnen welke termijn moet hierover een besluit worden genomen?
3. Kunt u precies aangeven welke onderdelen van het acceptatie- en verwerkingsbeleid (A&V-beleid) en de administratieve organisatie en interne controle (AO/IC) voor Rossum-Weerselo-2 worden geactualiseerd en waarom deze wijzigingen nodig zijn?
4. Begrijpt u dat deze vergunningaanvraag voor afvalwaterinjectie wederom voor onrust onder bewoners zorgt? In hoeverre is deze vergunningaanvraag van de NAM volgens u verenigbaar met eerdere toezeggingen van het Rijk aan de gemeente Dinkelland en haar inwoners over het beëindigen van afvalwaterinjecties en de definitieve verwijdering van de putten?
5. Welke concrete noodsituaties zouden een nieuwe inzet van deze putten kunnen rechtvaardigen, aan welke voorwaarden zou in dat geval moeten worden voldaan en wie beslist daarover? Hoe verhoudt een eventuele inzet van deze reserveputten zich tot het uitgangspunt van definitieve verwijdering van de putten? Is dat nog steeds het uitgangspunt?
6. Wat is de actuele stand van zaken met betrekking tot de beschikbare en benodigde injectiecapaciteit in Schoonebeek? In hoeverre is deze capaciteit toereikend en welke alternatieven worden overwogen indien de beschikbare capaciteit ontoereikend is? Welke rol spelen de putten in Rossum daarbij?
7. Hoe worden de gemeente Dinkelland en haar inwoners geïnformeerd en betrokken bij de vergunningaanvraag van de NAM? Welke mogelijkheden hebben omwonenden om hun zorgen kenbaar te maken voordat een besluit wordt genomen?
8. Bent u bereid om, voordat een besluit op de vergunningaanvraag wordt genomen, in ieder geval met de gemeente Dinkelland en omwonenden in gesprek te gaan over de aanvraag, de mogelijke inzet van de reserveputten en de verhouding tot eerdere toezeggingen van het Rijk? Zo nee, waarom niet?













